Ik vind Mme Zsazsa geen onaangename madam. Ik ben fan van haar recepten omdat ik zelf zo graag comfort food eet. En ik lach om haar verhalen over tuin en kind, omdat ik er zelf gene heb (tuin noch kinderen, that is). Dat ze een handeltje in babydraagdoeken opgezet heeft die ik in een minder tolerante bui babacool zou noemen, dat kan ik nog net door de vingers zien. Al maakt ze zich wat dat laatste betreft aan één grote nalatigheid schuldig. Ze verzwijgt twee praktische nevenverschijnselen:
1. Er zijn baby’s die zich allesbehalve lijdzaam in zo’n bundel laten verfrommelen en onder verwoede pogingen van de moeder de hele buurt bijeenkrijsen met een stemvolume dat tot in de Brusselse burelen van de kinderrechtencommissaris draagt. Ik ken zo’n baby.
2. Er zijn vreemde mannen aan de tramhalte die eerst hun snor tussen de borsten van de moeder stoppen en dan pas vragen of ze de kleine in de buidel “alstublieft mevrouw” eens van dichtbij mogen bewonderen. Ik heb gisteren zo’n man leren kennen.
Beste Mme Zsazsa, moeten hieromtrent geen richtlijnen in uw handleiding opgenomen worden?





