O ja. Als u zelf eens de geneugten van een kwebbelscheet wilt ondervinden, doe dan als volgt:
Eet hier spaghetti, daar tatziki of probeer eens de Indische Dal van K. Zoek 2 à 3 uur later een strategische plaats op. Voor de ultieme beleving raad ik u de toiletten van uw werk aan. Wacht tot u uw seutigste collega’s hoort binnenkomen. Laat hen plassen, handen wassen, en over man en kinderen klagen. Zijn de elektrische handdrogers uitgeraasd? Dit is uw moment. Sluit uw ogen en ontspan u.
Ik beken. Ik heb daarnet bij de kruidenier een kwebbelscheetje gelaten. Kent u dat, een kwebbelscheet? Dat is zo’n windje dat ongevraagd een conversatie aangaat met omstaanders. Doorgaans op plaatsen waar u zich achteraf nog – één en al ignorantie – wilt kunnen vertonen. Schaamte die meteen plaatsmaakt voor gemonkel. Een onbeschrijflijk bevrijdend gevoel.
Het monster levert wel aan huis. Maar verwacht u vooral niet aan eigen bereidingen. Nee nee. Ik schep een poezenblik uit in de keuken. En het monster komt de pâté au boeuf netjes onder uw bureaustoel leggen.
Traiteur of niet, ‘t is maar hoe u’t bekijkt natuurlijk.
Elvis in een deuk en ik ook. In de wagen, het volume helemaal open. Best feel good track ever. De originele beelden blijven helaas onvindbaar. Spijtig toch van al die kleffe slideshows.
Het zoveelste managementboek, ergens helemaal in het begin:
“Communicatie is het zo dicht mogelijk langs elkaar heen praten.”
Nou nou, ik ben een gebóóóóóren communicator.
Altijd al geweten.
Al zeven jaar woont hier een monster. Het heeft een onverzettelijk karakter, haar tussen zijn tenen en ingebeelde eetstoornissen. Ik heb geprobeerd u er tot dusver niet mee lastig te vallen. Maar ik kan het niet langer doodzwijgen. Le monstre est devenu incontournable. Daarom zal ik er vanaf nu over berichten. Weliswaar met mondjesmaat en zonder misplaatst sentiment. Het zal u zeker niet berouwen.