- Werk. Nog nooit in mijn zelfstandigenbestaan heb ik fulltime moeten werken. En nu zijn mijn klanten een beetje overenthousiast. En werk ik elke dag nine to five, de uren op-en-af-naar-Brussel-pendelen niet inbegrepen. “Uurtje factuurtje”, daar niet van, maar ik voel me opnieuw een echte loonslaaf. Awoe loonslavernij!
- Terug naar school. Opleiding “Journalistiek schrijven”. In het gezelschap van 3e-jaarsstudenten journalistiek. Of: wat te doen om zich een vreemde eend in de bijt te voelen. Alhoewel… Op de vraag “Hebben jullie eigenlijk een cursus taalzorg in jullie opleidingspakket?” antwoordde de slimste van de bende “Wat is dat, taalzorg?”. De wereld is niet klaar voor zoveel talent, zeg ik u.
- Gebroken ribben. Eerst beetje gebarsten. En dan genezen. En dan 3 x naar de kliniek “want ‘t is toch zeker niks anders hé?”. Nee neen, niks om ongerust over te zijn. En om te bewijzen dat het de rib en niets anders dan de rib is, breekt dat ding 3 dagen later. En nu hoest ik gelijk een frêle vrouwtje van 80 om mijn botten bijeen te houden. En wie me vraagt wat er scheelt, kijkt me vervolgens vol bewondering aan. Aja, gebroken ribben, da’s toch van aan kliffen te hangen, paruchte te springen of te raften? Juist ja.
- Keuzestress. In de Dreamland, op zoek naar een babypop voor N. ‘t Moest er een zijn met ogen die open en dicht kunnen, en met een fopspeen. Orders van de moeder. Beeld u een rek in met wel 50 poppen. 50 lelijke drommels, waarvan de helft ongevraagd onbeleefde geluiden maakt. Ik vraag me nu nog altijd af aan welke klant ik dat verloren uur ga doorfactureren. Aja, ik ben toch geen loonslaaf!